Anatomie Blok C at Hogeschool Utrecht | Flashcards & Summaries

Select your language

Suggested languages for you:
Log In Start studying!

Lernmaterialien für anatomie blok C an der Hogeschool Utrecht

Greife auf kostenlose Karteikarten, Zusammenfassungen, Übungsaufgaben und Altklausuren für deinen anatomie blok C Kurs an der Hogeschool Utrecht zu.

TESTE DEIN WISSEN

trigonum femoralis

Lösung anzeigen
TESTE DEIN WISSEN

Het trigonum femorale mediale, ook weleens de driehoek van Scarpa genaamd , is een driehoekige gleuf aan de boven-binnenzijde van de dij. Het ligt iets meer mediaal dan het trigonum femorale laterale.

De begrenzing van dit trigonum worden gevormd door:

- Lateraal : musculus sartorius

- Mediaal : musculus adductor longus

- Craniaal : ligamentum inguinale

Door de driehoek van Scarpa lopen verschillende vasculonerveuze elementen. Van lateraal naar mediaal vindt men:

Buiten de vagina femoris: n. cutaneus femoris lateralis, n. femoralis.

Binnen de vagina femoris: a. femoralis, v. femoralis.

Men kan het trigonum femorale mediale beter zichtbaar maken door middel van een flexie, abductie en exorotatie van de heup (tegen weerstand).

Lösung ausblenden
TESTE DEIN WISSEN

M. piriformis

Lösung anzeigen
TESTE DEIN WISSEN

origo facies pelvina ossis sacri (lateraal van de foramina sacralia pelvina)

insertie trochanter major femoris

functie retroflexie (in articulatio coxae)

exorotatie (in articulatio coxae)

abductie (in artiuculatio coxae)


bijzonderheden

1. de spier loopt door het foramen ischiadicum (sciaticum) majus en eindigt met een korte pees aan de binnenzijde van de bovenrand van de trochanter major femoris.

Lösung ausblenden
TESTE DEIN WISSEN

M. transversus abdominis

Lösung anzeigen
TESTE DEIN WISSEN

de spier bekleedt de ventrolaterale (binnen)wand van het cavum abdominis en zorgt, net als de overige buikspieren, bij contractie voor een verhoging van de intra-abdominale druk (in samenwerking met het diafragma).

Lösung ausblenden
TESTE DEIN WISSEN

m. pectineus

Lösung anzeigen
TESTE DEIN WISSEN

origo ramus superior ossis pubis

pecten ossis pubis

insertie linea pectinea femoris (proximaal)

functie adductie (in articulatio coxae)

anteflexie (in articulatio coxae)

exorotatie (in articulatio coxae)


bijzonderheden 

1. de spier ligt relatief diep, omdat er een dikke subcutis overheen ligt.

Lösung ausblenden
TESTE DEIN WISSEN

m. semimembranosus

Lösung anzeigen
TESTE DEIN WISSEN

origo tuber ischiadicum 

insertie condylus medialis tibiae via de pes anserinus profundus

funtie retroflexie (in articulatio coxae)

flexie (in articulatio genus)

endorotatie (in articulatio genus, als de knie gebogen is)


Lösung ausblenden
TESTE DEIN WISSEN

M. gemellus superior


Lösung anzeigen
TESTE DEIN WISSEN

origo spina ischiadica

insertie fossa trochanterica femoris (via de pees van de m. obturatorius internus)

functie exorotatie (in articulatio coxae)


bijzonderheden 

1. de m. gemellus superior is een kleine spier die craniaal van de m. obturatorius internus en caudaal van de m. piriformis ligt.

Lösung ausblenden
TESTE DEIN WISSEN

m. adductor magnus

Lösung anzeigen
TESTE DEIN WISSEN

pars superior + pars media

origo ramus inferior ossis pubis

ramus ossis ischii

insertie linea aspera femoris

functie adductie (in articulatio coxae)

(geringe) anteflexie (in articulatio coxae)

exorotatie (in articulatio coxae)

pars inferior

origo tuber ischiadicum

insertie tuberculu, addcutorium

functie addcutie (in articulatio coxae)

retroflexie (in articulatio coxae)

endorotatie (in articulatio coxae)



bijzonderheden

1. doordat de vezels van de verschillende delen elkaar 'spiraliseren', is het mogelijk dat de verschillende delen tegengestelde functies hebben.

Lösung ausblenden
TESTE DEIN WISSEN

m. gracilis

Lösung anzeigen
TESTE DEIN WISSEN

origo ramus inferior ossis pubis (mediale helft)

insertie facies medialis tibiae (mediaal van de tuberositas tibiae) via de pes anserinus superficilais

functie adductie (in articulatio coxae)

anteflexie (in articulatio coxae)

flexie (in articulatio genus)

endorotatie (in articulatio genus, als de knie gebogen is)


bijzonderheden

1. de spier ligt distaal tussen de pezen van de m. sartorius en m. semitendinosus en zijn distale eindpees vormt, samen met de pezen van de m. semitendinosus en de m. sartorius de zogenaamde pes anserinus superficialis

Lösung ausblenden
TESTE DEIN WISSEN

musculus tensor fascia latae

Lösung anzeigen
TESTE DEIN WISSEN

origo crista iliaca (voorste deel), inclusief spina iliaca anterior superior 

insertie tractus iliotibialis (septum intermuscu;are femoris laterale)

functie anteflexie (in articulatio coxae)

abductie (in articulatio coxae)

endorotatie (in articluatio coxae)



bijzonderheden

1. de tractus iliotibialis insereert aan het tuberculum van Gerdy op de tibia. deze omstandigheid geeft de spier de volgende kleine functiecomponenten over het kniegewricht:

- flexie (in articulatio genus, als de flexie al ingezet is)

- extensie (in articulatio genus, bij gestrekte knie)

- exorotatie (in articulatio genus, in flexiestand)

- (spannen van de tractus iliotibialis)




Lösung ausblenden
TESTE DEIN WISSEN

art. femoropatellaris

Lösung anzeigen
TESTE DEIN WISSEN

-

Lösung ausblenden
TESTE DEIN WISSEN

art. coxae

Lösung anzeigen
TESTE DEIN WISSEN

type verbinding junctura synovialis

type gewricht articulatio sphaeroidea

kop caput ossis femoris

kom acetabulum

bewegingsmogelijkheden anteflexie / retroflexie

abductie / adductie

exorotatie / endorotatie

circumductie (combinatie beweging)

bindweefselstructuren ligamentum iliofemorale

ligamentum ischiofemorale

ligamentum pubofemorale

ligamentum capitis (teres) femoris

ligamentum transversum acetabuli

functie bindweefselstructuren ligamentum iliofemorale, ligamentum ischiofemorale en ligamentum pubofemorale remmen voornamelijk de retroflexie


bijzonderheden

1. de gewrichtskom wordt vergroot / gecomplementeerd door het labrum (articulare) acetabulare

2. de benige gewrichtskom (acetabulum) wordt (ter plaatse van de incisura acetabuli) gecompleteerd door het ligamentum transversum acetabuli

3. stabiliteit in het heupgewricht is van essentiëel belang en wordt verkregen door de zwaartekracht, het labrum (articulare) acetabulare, de atmosferische druk, de onderdruk in het gewricht zelf, de werking van spieren / ligamenten en een juiste inclinatiehoek

4. ook de bijzondere verhoudingen van kop en kom bieden extra stabiliteit: de kop is dermate diep (inclusief het labrum articulare) dat de kop van het femur voor meer dan 50% daardoor omsloten wordt. een dergelijk gewricht wordt een nootgewricht of enarthrose genoemd

 

Lösung ausblenden
TESTE DEIN WISSEN

m. semitendinosus

Lösung anzeigen
TESTE DEIN WISSEN

origo tuber ischiadicum

insertie faceis medialis tibiae via de pes anserinus superficialis

funtie retroflexie (in articulatio coxae)

flexie (in articulatio genus)

endorotatie (in articulatio genus, als de knie gebogen is)


bijzonderheden

1. de distale eindpees vormt, samen met de pezen van de m. gracilis en de m. sartorius de zogenaamde pes anserinus superficialis

Lösung ausblenden
  • 3663 Karteikarten
  • 168 Studierende
  • 0 Lernmaterialien

Beispielhafte Karteikarten für deinen anatomie blok C Kurs an der Hogeschool Utrecht - von Kommilitonen auf StudySmarter erstellt!

Q:

trigonum femoralis

A:

Het trigonum femorale mediale, ook weleens de driehoek van Scarpa genaamd , is een driehoekige gleuf aan de boven-binnenzijde van de dij. Het ligt iets meer mediaal dan het trigonum femorale laterale.

De begrenzing van dit trigonum worden gevormd door:

- Lateraal : musculus sartorius

- Mediaal : musculus adductor longus

- Craniaal : ligamentum inguinale

Door de driehoek van Scarpa lopen verschillende vasculonerveuze elementen. Van lateraal naar mediaal vindt men:

Buiten de vagina femoris: n. cutaneus femoris lateralis, n. femoralis.

Binnen de vagina femoris: a. femoralis, v. femoralis.

Men kan het trigonum femorale mediale beter zichtbaar maken door middel van een flexie, abductie en exorotatie van de heup (tegen weerstand).

Q:

M. piriformis

A:

origo facies pelvina ossis sacri (lateraal van de foramina sacralia pelvina)

insertie trochanter major femoris

functie retroflexie (in articulatio coxae)

exorotatie (in articulatio coxae)

abductie (in artiuculatio coxae)


bijzonderheden

1. de spier loopt door het foramen ischiadicum (sciaticum) majus en eindigt met een korte pees aan de binnenzijde van de bovenrand van de trochanter major femoris.

Q:

M. transversus abdominis

A:

de spier bekleedt de ventrolaterale (binnen)wand van het cavum abdominis en zorgt, net als de overige buikspieren, bij contractie voor een verhoging van de intra-abdominale druk (in samenwerking met het diafragma).

Q:

m. pectineus

A:

origo ramus superior ossis pubis

pecten ossis pubis

insertie linea pectinea femoris (proximaal)

functie adductie (in articulatio coxae)

anteflexie (in articulatio coxae)

exorotatie (in articulatio coxae)


bijzonderheden 

1. de spier ligt relatief diep, omdat er een dikke subcutis overheen ligt.

Q:

m. semimembranosus

A:

origo tuber ischiadicum 

insertie condylus medialis tibiae via de pes anserinus profundus

funtie retroflexie (in articulatio coxae)

flexie (in articulatio genus)

endorotatie (in articulatio genus, als de knie gebogen is)


Mehr Karteikarten anzeigen
Q:

M. gemellus superior


A:

origo spina ischiadica

insertie fossa trochanterica femoris (via de pees van de m. obturatorius internus)

functie exorotatie (in articulatio coxae)


bijzonderheden 

1. de m. gemellus superior is een kleine spier die craniaal van de m. obturatorius internus en caudaal van de m. piriformis ligt.

Q:

m. adductor magnus

A:

pars superior + pars media

origo ramus inferior ossis pubis

ramus ossis ischii

insertie linea aspera femoris

functie adductie (in articulatio coxae)

(geringe) anteflexie (in articulatio coxae)

exorotatie (in articulatio coxae)

pars inferior

origo tuber ischiadicum

insertie tuberculu, addcutorium

functie addcutie (in articulatio coxae)

retroflexie (in articulatio coxae)

endorotatie (in articulatio coxae)



bijzonderheden

1. doordat de vezels van de verschillende delen elkaar 'spiraliseren', is het mogelijk dat de verschillende delen tegengestelde functies hebben.

Q:

m. gracilis

A:

origo ramus inferior ossis pubis (mediale helft)

insertie facies medialis tibiae (mediaal van de tuberositas tibiae) via de pes anserinus superficilais

functie adductie (in articulatio coxae)

anteflexie (in articulatio coxae)

flexie (in articulatio genus)

endorotatie (in articulatio genus, als de knie gebogen is)


bijzonderheden

1. de spier ligt distaal tussen de pezen van de m. sartorius en m. semitendinosus en zijn distale eindpees vormt, samen met de pezen van de m. semitendinosus en de m. sartorius de zogenaamde pes anserinus superficialis

Q:

musculus tensor fascia latae

A:

origo crista iliaca (voorste deel), inclusief spina iliaca anterior superior 

insertie tractus iliotibialis (septum intermuscu;are femoris laterale)

functie anteflexie (in articulatio coxae)

abductie (in articulatio coxae)

endorotatie (in articluatio coxae)



bijzonderheden

1. de tractus iliotibialis insereert aan het tuberculum van Gerdy op de tibia. deze omstandigheid geeft de spier de volgende kleine functiecomponenten over het kniegewricht:

- flexie (in articulatio genus, als de flexie al ingezet is)

- extensie (in articulatio genus, bij gestrekte knie)

- exorotatie (in articulatio genus, in flexiestand)

- (spannen van de tractus iliotibialis)




Q:

art. femoropatellaris

A:

-

Q:

art. coxae

A:

type verbinding junctura synovialis

type gewricht articulatio sphaeroidea

kop caput ossis femoris

kom acetabulum

bewegingsmogelijkheden anteflexie / retroflexie

abductie / adductie

exorotatie / endorotatie

circumductie (combinatie beweging)

bindweefselstructuren ligamentum iliofemorale

ligamentum ischiofemorale

ligamentum pubofemorale

ligamentum capitis (teres) femoris

ligamentum transversum acetabuli

functie bindweefselstructuren ligamentum iliofemorale, ligamentum ischiofemorale en ligamentum pubofemorale remmen voornamelijk de retroflexie


bijzonderheden

1. de gewrichtskom wordt vergroot / gecomplementeerd door het labrum (articulare) acetabulare

2. de benige gewrichtskom (acetabulum) wordt (ter plaatse van de incisura acetabuli) gecompleteerd door het ligamentum transversum acetabuli

3. stabiliteit in het heupgewricht is van essentiëel belang en wordt verkregen door de zwaartekracht, het labrum (articulare) acetabulare, de atmosferische druk, de onderdruk in het gewricht zelf, de werking van spieren / ligamenten en een juiste inclinatiehoek

4. ook de bijzondere verhoudingen van kop en kom bieden extra stabiliteit: de kop is dermate diep (inclusief het labrum articulare) dat de kop van het femur voor meer dan 50% daardoor omsloten wordt. een dergelijk gewricht wordt een nootgewricht of enarthrose genoemd

 

Q:

m. semitendinosus

A:

origo tuber ischiadicum

insertie faceis medialis tibiae via de pes anserinus superficialis

funtie retroflexie (in articulatio coxae)

flexie (in articulatio genus)

endorotatie (in articulatio genus, als de knie gebogen is)


bijzonderheden

1. de distale eindpees vormt, samen met de pezen van de m. gracilis en de m. sartorius de zogenaamde pes anserinus superficialis

anatomie blok C

Erstelle und finde Lernmaterialien auf StudySmarter.

Greife kostenlos auf tausende geteilte Karteikarten, Zusammenfassungen, Altklausuren und mehr zu.

Jetzt loslegen

Das sind die beliebtesten anatomie blok C Kurse im gesamten StudySmarter Universum

Anatomie

Universität Göttingen

Zum Kurs
Anatomie

Universität Freiburg im Breisgau

Zum Kurs
Anatomie

Charité - Universitätsmedizin Berlin

Zum Kurs

Die all-in-one Lernapp für Studierende

Greife auf Millionen geteilter Lernmaterialien der StudySmarter Community zu
Kostenlos anmelden anatomie blok C
Erstelle Karteikarten und Zusammenfassungen mit den StudySmarter Tools
Kostenlos loslegen anatomie blok C